Aan het College van Burgemeester en Wethouders en de Gemeenteraad van Noordwijk,

Postbus 298
2202 AG NOORDWIJK

cc. de kiesgerechtigde inwoners van Noordwijk
de Referendumcommissie Noordwijk de provincie Zuid-Holland
het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en haar minister Inleidend verzoek tot raadgevend referendum

Geacht College van Burgemeester en Wethouders, geachte leden van de gemeenteraad,

Op 15 juni 2017 is door mij, met steun van 227 andere kiesgerechtigde inwoners van Noordwijk.een Inleidend verzoek tot raadgevend referendum ingediend, aangaande het concept raadsbesluit tot fusie dat voor 6 juli 2017 op de raadsagenda staat, als punt 4 (besluitvormend) Herindelingsadvies Noordwijk­Noordwijkerhout; ruim bijtijds voor die vergadering van 6 juli.

In de pers heeft intussen raadslid mevr. HAM. (Lenie) Zoetendaal (CDA Noordwijk) laten weten dat het Inleidend verzoek tot raadgevend referendum wat haar betreft ‘te laat’ zou zijn op grond van art. 2 lid i Referendum Verordening.

Art. 2, lidi van de Refer endum Verordening zegt dat niet referendabel zijn:

Concept raadsbesluiten die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden

Omdat ik niet kan uitsluiten dat mevr. Zoetendaal hiermee de mening van andere raadsleden weergeeft, en misschien zelfs na afstemming met ze, zou ik nu alvast op dit publiekelijk uitgesproken standpunt langs deze weg willen reageren.

Ik wijs er om te beginnen op dat art. 2 lid i een uitzondering behelst op de algemene bevoegdheid van de inwoners een referendum te verlangen; en dat het dus, als elke uitzondering, beperkt zal moeten worden geïnterpreteerd. De uitzondering bevestigt de regel, want het moet een uitzondering blijven, omdat anders de regel haar algemene waarde verliest.

Zo waarschuwt de Referendum Verordening in haar toelichting dat het recht op referendum dat bij deze verordening wordt toegekend, niet door ruime toepassing van uitzonderingen of door ruime opvatting van de beslissingsbevoegdheid van de raad een leeg instrument mag worden, waarbij praktisch onmogelijk zou worden ooit een referendum te realiseren.

En de algemene regel is, dat bij steun van minstens 125 inwoners, het er voor moet worden gehouden dat er voldoende draagvlak is om een referendum te rechtvaardigen.

Waarom de bepaling van art. 2 lid i? Wat kan bedoeld zijn met de woorden “grondslag in eerder genomen besluit”? Omdat het bestuur altijd maar door gaat, kan van elk besluit met enige goede wil worden gezegd dat het op eerder besluiten voortbouwt of er toch minstens “een grondslag” in vindt. Zo hoort het zelfs ook. Noordwijk en Noordwijkerhout mochten erop rekenen dat latere besluiten aangaande fusie hun grondslag zouden zoeken in het eerder afgesproken coalitieakkoord. Kennelijk ligt deze relatie voor de politici van nu minder direct.

Ook moet art. 2 lid i niet een verkapte deadline worden; zoals mevr. Zoetendaal lijkt te bedoelen. Ze zegt dat het verzoek om referendum “te laat” is. Maar de Verordening geeft voor te laat of niet te laat een eigen duidelijke regel: minstens vijf dagen tevoren is op tijd. Art. 2 lid i moet niet als extra termijn naar binnen worden gesmokkeld.

Omdat het in art. 2 lid i een uitzondering geldt, zal een beperkte uitleg vereist zijn. Wanneer vindt een besluit zijn grondslag in een eerder besluit, zodanig dat het zelf niet meer aan een referendum kan worden onderworpen? Alleen als het in dat eerdere besluit ligt opgesloten en/of er noodzakelijk uit volgt. Een uitvoerend, of uitwerkend of invullend besluit.

In welk eerder genomen besluit zou het aanstaande besluit van 6 juli zijn “grondslag” kunnen vinden?

Alleen het besluit van 20 april 2017, het vaststellen van het herindelingsontwerp. Daarna volgde een periode van acht weken, als wettelijk voorgeschreven, waarin zienswijzen konden worden ingediend.

Wat was het nut van die zienswijzen, als het besluit van 20 april voorgoed vast staat? Wil de geboden mogelijkheid zienswijzen in te dienen geen lege huls zijn, dan moest er een mogelijkheid van invloed worden verondersteld. Het besluit van 6 juli kon dus niet door het besluit van 20 april zijn bepaald, maar moest nog zelfstandig en open zijn.

Ook is door partijen in de raad nog om aanvullend onderzoek gevraagd, onder mededeling dat hun keuze voor of tegen fusie van de uitkomst van dat onderzoek zou afhangen. Het besluit van 20 april is daarom niet als definitief voor of tegen fusie te beschouwen.

Hiermee komt overeen hoe de wet Arhi de lopende procedure beschrijft. Indien de gemeenteraden op 6 juli 2017 het herindelingsadvies niet vaststellen, kan op grond van de wet Arhi geen herindeling volgen. Zie wet Arhi art. 5.

Als de gemeenteraad op 6 juli besluit om niet in te stemmen met het herindelingsadvies dan is de procedure als volgt. De gemeente Noordwijk zal de minister verzoeken om het preventief toezicht op te heffen. De minister informeert bij de provincie of inderdaad er een negatief besluit is genomen op het herindelingsadvies en zal vervolgens het preventief toezicht beëindigen.

Uit alles volgt dat het voorgenomen besluit van 6 juli 2017 geen voortbouwend, maar een op zichzelf staand besluit is.

Dit is overigens ook bevestigd in de extra raadsvergadering van 20 april 2017 door de heer J. (Jan) Rijpstra (burgemeester) naar aanleiding van de vraag/ opmerking van raadslid dhr. J.C.M. (John) van der Klaauw (Lijst Salman Noordwijk Zelfstandig). Bijgaand de link zodat u kunt naluisteren:

https://noordwijk.notubiz.nl/vergadering/413251/Extra raadsvergadering samenwerking 20-04-2017

Sterker nog, in de gemeentelijke voorlichting is benadrukt dat het besluit van 20 april enkel voorlopige betekenis had, en dat het besluit op 6 juli het “definitieve” zou zijn. In de krant van 20 april werd dat met grote letters, compleet met uitroepteken, verzekerd. Men kan daar niet nu op terug komen.

De politieke keuze die in het raadsbesluit wordt voorgesteld, vindt zijn inhoudelijke grondslag dus niet in een eerder door de gemeenteraad van Noordwijk genomen raadsbesluit.

Ik attendeer u er ook op dat de openbare presentatie verkenningsstudie intensievere samenwerking Noordwijkerhout/Noordwijk, een presentatie aan gemeenteraad en commissieleden van Noordwijk en Noordwijkerhout, pas op 18 april 2017 heeft plaatsgevonden. Slechts 2 dagen voor de extra raadsvergadering van 20 april 2017 over het herindelingsontwerp.

Met andere woorden: als ik toen een referendum hadden willen uitschrijven; had dat niet eens gekund!

Nog los van het feit dat keuze van raad toen nog alle kanten kon opgaan en ik niet had kunnen voorzien dat de verkiezingsbeloften en coalitiekoers voor de raadleden zo weinig waarde zouden kunnen hebben.

Het is wel erg onbehoorlijk als de gemeente overmatig haast maakt met de besluitvorming, iedereen voor verrassingen plaatst, en dan bij de eerste de beste reactie als verwijt maakt dat men “te laat” is. Precies waarvoor bij het maken van de Referendum Verordening werd gewaarschuwd: door allerlei handigheden kan het recht op referendum zomaar een leeg instrument worden.

Ik wijs erop dat de Referendum Verordening is aangenomen en afgekondigd, en dus geldend recht is. De partijen in de raad zijn verplicht de Verordening toe te passen zoals hij er ligt. Raadsleden die tegen mijn verzoek zouden willen stemmen omdat ze altijd al tegen referenda waren, of omdat ze voor een fusie zijn, schenden daardoor hun wettelijke verplichting; ook als ze in het openbaar voor de schijn andere redenen zouden aanvoeren.

Zoals vastgelegd in het Beleidskader gemeentelijke herindeling, rechtsgeldig ondertekend door dr. R.H.A.

Plasterk, als minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, is draagvlak een zeer belangrijk toetsingscriterium. Draagvlak dient – zoals opgenomen als criterium – te worden vastgesteld. Een referendum is een goed en wellicht het beste instrument daarvoor.

Als inwoners enkel maar de mogelijkheid krijgen te vertellen hoe ze de toekomstige fusie zouden zien,maar geen mogelijkheid om zich voor of tegen de fusie zelf uit te spreken, is dat als inspraak helemaal onvoldoende.

Deze criteria zijn van kracht, en zullen later bij de toetsing van uw besluiten ongetwijfeld meewegen; door de kiezers, door de rechter misschien, en zeker door de Tweede Kamer.

Ik verzoek u daarom nogmaals de Noordwijkers gelegenheid te geven zich bij referendum over de fusie uit te spreken, en om het concept raadsbesluit over fusie dat voor 6 juli 2017 is voorgenomen aan te houden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden.

met vriendelijke groet, Raymond Salman

 

Brief R.B.J. Salman 20172606

Scroll naar boven